Etnisch profileren: racisme, niet effectief, averechts

Marokkaanse Nederlanders moeten, ondanks dat ze oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteit, niet vaker gecontroleerd worden door de politie. Dat zegt Mohammed Anouar in de minidocumentaire die Blikopeners op 11 juni 2015 uitbracht.

Men redeneert vaak als volgt: ‘Marokkanen’ zijn vaker crimineel en daarom is het effectief politiewerk om ze vaker te controleren. Mohammed Anouar verzamelt in de film een aantal krachtige argumenten hiertegen:

Etnisch profileren is politiecontrole (mede) op basis van voorkomen. Dat is discriminatie, en als het gebeurt op basis van afkomst (Marokko, Turkije, Suriname, Polen) is het racisme.

Iedereen ziet z’n eigen waarheid. Marokkaanse Nederlanders zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteit. Jongeren van 16/17 jaar zijn 5 keer vaker crimineel dan autochtone jongeren, volgens het CBS. Maar dezelfde cijfers kan je ook anders lezen. Bijvoorbeeld zo: van het totaal aantal verdachten is 50% autochtoon, en slechts 9% heeft een Marokkaanse achtergrond. (CBS, cijfers bij staafdiagram hieronder).

staafdiagram

Het lijkt goed politiewerk om in de ‘volle vijver’ te gaan vissen. Echter, de vollere vijver is veel kleiner – in absolute aantallen. Wat is nu effectief politiewerk?

Mensen worden boos van etnisch profileren. Als 7% van de Marokkaans-Nederlandse jongeren crimineel is, betekent dat dat 93% niet crimineel is. Als de politie voortdurend onschuldige mensen stopt, dan heeft dat negatieve invloed op de relatie tussen de politie en de Nederlands-Marokkaanse gemeenschap. De politie heeft een oplossingspercentage van slechts 28% (cijfers politie) en heeft daarom belang bij een goede relatie met de burgers. Etnisch profileren werkt averechts.

– Dat ze Marokkaanse roots hebben doet er niet toe. Uit onderzoek van Bureau Driessen blijkt dat de vrienden van jongeren en persoonlijke factoren de grootste rol spelen bij het ontstaan van crimineel gedrag. Marokkaans-Nederlandse jongeren zijn dus niet vaker crimineel omdat ze een Marokkaanse achtergrond hebben (Bureau Driessen, 2014).

De goeien moeten onder de kwaden lijden. Ze moeten ze ‘hun eigen mensen’ maar aanspreken. Dit argument staat haaks op de gedachte van de rechtsstaat: iedereen in Nederland is gelijk voor de wet. Wie dit argument inbrengt, vindt dat er ongelijkheid mag bestaan tussen Nederlanders op basis van hun afkomst. Dat is racisme.



Comments are closed.